ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • In memoriam: de dichter

    in de richting van haar hart neem ik steeds de langste weg

    besluit allicht mijn wagen tegen een boom te parkeren

    want oostindisch doof en met blindheid geslagen

    plooien mijn flanellen benen, begint mijn verstand te dwalen



    wanhopig graaiend in zijn gekende assortiment

    van afgedragen zinnen gedrenkt in levenloos sentiment

    staat elke man algauw met zijn broek op de knieën

    heeft hij ooit anders geweten, zijn meerdere erkent



    protagonisten in het misdrijf dat wij hebben gepland

    slaan elkaar tot moes en reiken dan de hand

    wisselen ons devoot habijt, passen een kostuum veel te nauw

    verschijnt de dansende aap uit onze mauw



    ben ik dan te braaf, nooit meer dan een kind

    te naief, te dwaas, reeds teveel bemint

    en de bebloede moederschoot kom ik steeds weer tegen

    in het verdriet, de afstand, in alles wat geurt naar regen



    in de richting van jouw hart nam ik steeds de langste weg

    maar het heden, verleden en alles wat nog komen gaat

    smelten samen, vormen een nieuw angstwekkend gelaat

    heb ik dan gevonden, komt alle hulp steevast te laat

  • opnieuw

    want jij bent de horizon

    de meest heldere ster aan de hemel

    mijn aangezicht voorgoed geschonden

    woon ik in de nacht, lik mijn wonden



    en als het hart dan moe is om te zwerven

    zijn onzichtbare web heeft geweven

    zich op een onzeker pad wil begeven

    want zovelen hebben jou verteld hoe mooi je bent



    deze machteloze troon waarvan elke man moet regeren

    eindeloos herboren in zijn verleden

    zoek ik naar de zinnen die mijn tong is vergeten

    jouw gelaat dat me opnieuw leert te spreken



    in een wankel vers dat bloeit en zwelt

    buiten zijn oevers treedt en herovert zonder geweld

    die meedogenloze jaren die ons hebben verzwegen

    tederheid voor ons bestemt, aan anderen gegeven



    blijven we dan blind geloven zonder zeker te weten

    of er een kracht bestaat die zelfs de sterkste dijken kan breken

    want nu hebben we geen huis meer om schuilen

    zijn we niet langer bang voor de regen

     

     









  • want ik ben de nacht

    want ik ben de nacht

    een luis die schuilt in haar vacht

    een web met zorg geweven

    begraven als een manier van overleven



    want ik ben de nacht

    zwarter dan zwart

    als zo een ziel bestaat

    ik heb mezelf gemaakt



    uit balans geraakt

    het mes ontweken

    ben ik gevallen

    aan haar wonden bezweken



    ik ben de nacht die wacht

    hier leer ik vergeven

    hebben de sterren een mens geboetseerd

    die zich in het donker op een koord begeeft



    ik ben de nacht die wacht

    op een teken, een signaal

    een stem die zingt

    het gewonde dier bedwingt