ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • constructie van een illusie

    een open wonde die wacht om bloeden

    een zwaar hoofd dat verlangt naar slaap

    kraakt dit lichaam in al zijn voegen

     

    drenkelingen in een veel te diep water

    in een onzichtbaar web gevangen

    worden we door een nijpende kou bevangen

     

    wacht de nacht met duizend ogen

    schreeuwt uit duizend monden

    onder dit gekrakeel, geblaf van honden

     

    hebben we onomwonden gevonden

    in weerwil van alle logica, langzaam ontsproten

    gestaag gegroeid; ons onschuldig gezicht geschonden

     

    uit onze verdoving bruusk ontwakend

    dwalend in het doolhof van ons gemoed

    schieten we steeds onverbiddelijk in eigen voet

     

     

  • zo dichtbij te zijn geweest

    zo dichtbij te zijn geweest

    je vingertoppen konden haast raken

    een gestreken vlag

    begint dit schip water te maken

     

    gaan we dan naar de haaien

    zullen aaseters aan onze botten knagen

    een feestmaal, een gedekte tafel en de gast

    vergat op te dagen

     

    dat het niets is hoor ik iemand fluisteren

    waarom dan blaten als een schaap

    spant dit vel in onbehagen

    moeten we schuilen, de regen laten overwaaien

     

    nog dit laatste gevecht, een verzuchten

    alvorens dit geslagen lichaam wil berusten

    een vuur om je oude kleren te laten branden

    ons vonnis; een eeuwig knarsetanden

     

    zo dichtbij te zijn geweest

    heeft de realiteit ons verweesd

    met scherpe tanden in de staart gebeten

    rest ons niets anders dan zomaar te vergeten

     

  • amor mundi (III)

    gaat de rede methodisch haar gang

    maar naast wetten en cijfers

    heeft het hart ook een richting nodig

    nood aan een ziel, een zelfbewustzijn

    en dat dwingt me jou nabij te zijn

     

    niet meer dan hormonen die aan

    onze botten knagen

    maar waarom ik dan gedichten schrijf

    zich een beeld ontspint van jou in mij

    heeft nog geen exacte wetenschap kunnen verklaren

     

    de voorstelling in mijn hoofd, de wereld

    als theater, de woorden die zich aanbieden

    een komen en gaan van schaduwen op de muren

    en in die eenzame treiterende uren

    ben jij dan het residu, mijn vleesgeworden schrik

     

    want ik keer in mijn vel als de getijden

    zweet van angst, verdrink haast in mijn woede

    immer twijfelend en overwegend in een hoek

    leest dit leven zich steeds meer als een open boek

    onbeholpen laat ik mijn gedachten door jullie bevolken

     

     

  • aan wie ik nog moet

    leer me, toon me

    want houden van is ook verliezen

    de schrik die schuilt in mijn kiezen

     

    worden we elkaars spiegelbeeld; woordeloos, verdoofd

    leer me te morsen met dit leven naar believen en als ik

    vlekken maak, aanhoor mijn gezaag, incasseer mijn grieven

     

    want jij bent mijn helderste sterrenbeeld

    een reddingsboei op een schuimende zee

    mijn geschaafde gezicht, mijn pijn voor twee

     

    het taaiste brood dat ik moet breken

    een afgodsbeeld dat me devoot laat knielen

    laat me je gewillige muren bestormen, je burcht vernielen

     

    een geweldenaar in gedachten met de pen in de hand

    gehuld in mooie woorden wil ik je tegenstand versmachten

    je lichaam bevrijden, jouw heilige grond ontwijden

     

    mocht ik desondanks wortel schieten in gepeins

    mezelf verliezen in tweedehandse retoriek

    ontzie mijn bleke verzen, mijn gejammer dan niet

    geef mijn gemoed de sporen, toon me je linkertiet