ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • Met voorbedachte rade

     

    meermaals heb ik ons ontsnappen gepland

    staat onze vluchtroute in mijn huid gebrand

    maar telkens werd mijn lot aan een duisternis verpand

     

    ik geef toe, ik heb overwogen ons op te geven

    mijn vergaarde bagage overboord te gooien

    met man en muis te vergaan, te stoppen met dit flikflooien

     

    vanuit deze kooi van letteren die mijn thuis is geworden

    een veilige schuilplaats, een uitzicht dat ik begrijp

    bezit ik niet langer het talent tot een ander vergrijp

     

    steeds opnieuw wil ik hier door haar gevonden worden

    capituleer ik voor je dwingende gebod

    sta op uit mijn verzen op alsof ik de dood heb bedot

     

    en in de kleuren van de avondzon herken ik je gelaat

    zijn we niet meer dan een stilleven, een beven

    ik laat je niet gaan, ook al staan de dijken op breken

     

    en is dit wie ik ben, is dit wat ik veronderstelt ben

    te doen; ik schrijf zinnen en wek terug tot leven

    een liefde, een bestaan dat ik mezelf niet heb gegeven

     

     

  • Je lichaam is een canvas (II)

     

    op de huid tussen je schouderbladen

    wil ik achterlaten in een onuitwisbaar schrift

    de ontelbare dagen dat ik je heb gemist

    de uren die me berichten van ons isolement

     

    de woorden die me ontvluchten in aanschijn van je gelaat

    komen tot rust als ik ze neerschijf op papier

    waar ik jou bewaar tussen een lach en een traan

    zo blijft de gedachte aan jou steeds op een kier

     

    telkens we elkaar kwetsen uit noodzaak

    in een blik of met een onuitgesproken woord

    voel ik het vocht druppelen uit mijn zijde

    alsof ik een deel van mezelf heb vermoord

     

    want wat ik van de liefde heb geleerd; de dood die ik heb

    geproefd in alles wat mijn hart heeft begeerd

    ondanks de vele bruggen die branden in een gloed

    ben je mijn dagelijkse brood, de zuurstof in mijn bloed

     

    ik weet niet of er ergens een god bestaat waarin ik geloof

    een hemel, de hel, een paradijs dat ons is beloofd

    is liefde religie of slechts een kostbaar kleinood

    en toch wil ik in haar geloven, onbuigzaam, devoot

     

    misschien ben ik niet meer dan een hoofdstuk in een gesloten boek

    wat ik nu weet; elke aftocht heeft een smaak van bitterzoet

    noemt iemand jouw naam dan hoor ik engelen zingen acapella

    voel mijn knieën trillen en denk; de Heer zij geprezen, halleluja