ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • Leen zegt

     

    al wat je nodig hebt, is iemand om mee

    te praten, een knuffel nu en dan

    lopen we in het licht van zoveel waarheid

    samen met mijn filosofen, stenen tafels

    een hart van glas

     

    handen diep in je zakken, zoekend naar

    een houvast, je redding haast tastbaar ineens

    want daar ligt zomaar voor het grijpen;

    de omtrek van vriendschap groter dan ik kon vermoeden

    en zo voelt dat dan, genegenheid

     

    in dit hoofd niets dan ruis en gregoriaanse gezangen

    een tong bezwaart met grote woorden

    vingers haperend in een klein gebaar

    mijn bedrading immer verkeerd verbonden

    legt ze de zinnen in mijn mond

     

  • honderd roze flamingo's

    wat we kunnen gebruiken is

    een schicht van het lichtzinnige

    in een laatste stuiptrekking,

    de gedachte van een dwaas

     

    een lied zonder betekenis, enkel melodie

    honderd roze flamingo's op een rij

    tot het pijn doet aan de ogen

    tot je brein regen ziet voor zonneschijn

     

    een list om aan dit vel te ontsnappen

    ontpoppen tot iets veelkleurig

    een schittering in licht, dansbaar

    aangeraakt door mensenhanden

     

    dit lichaam, schil zonder vrucht

    tot alle ballast vloeibaar wordt

    een brug nemen tot aan de overzijde

    waar stemmen schuilen, lichamen uit

     

    hun schaduw treden, kon ik een mens zijn

    herboren, opnieuw geprogrammeerd

    tot mateloze feilbaarheid, zonder vragen

    schaamteloos, pijnloos mislukken in zijn bedoelingen

     

    boetseer je mijn gemoed met jouw gelaat

    leer me sneuvelen zonder gevecht;

    kneedt dit lichaam tot een tastbaar teken

    keten mijn handen aan jouw wereld

     

     

  • altijd in iemands naam

    altijd in iemands naam zal liefde sterven

    wat je had gewenst slechts een

    luchtspiegeling bleek te zijn

    hoe meer je een droom najaagt soms, hoe

    verder hij zich van je beweegt

     

    tot tenslotte, waar je nu bent

    dit punt in je leven, het uitzicht dat dit je geeft;

    de pijn die je voelt is haast tastbaar

    een mes dat duwt tussen je ribben

    stokt, valt je adem aan scherven

     

    kon je loslaten, met een chirurgische precisie

    lichamen scheiden, wat dan nog rest is

    de helft van wie je was - ze toonde een man

    in jou die je niet kende - nam ze je vleugels terug

    val je als een insect uit de lucht

     

    en als pijn loutert, begint alles terug van voor

    af aan? conform het scenario, klem in dezelfde gebaren

    ziek in hetzelfde bed, maar anders; je voelt

    de klappen van de zweep, je leest de striemen

    nog voor het eerste woord, die eerste blik

     

    altijd in iemands naam blijft liefde bestaan

    schuilend in trieste gewaden, wat je hebt gevoeld

    zal je opnieuw vinden; een kiem die je draagt in je bloed

    we zijn een een syllabe in een universeel lied

    ik schrijf je neer, de poëzie vergeet ons niet

     

     

  • Ik draag jou in mijn hart

     

    ik draag jou in mijn hart als een teder teken

    een totem in hoop, in wanhoop

    een herinnering aan wat je voor me bent

    het pad waar ik me op begeef

     

    hoe ik heb gelopen door een woestijn

    iemand om mijn gedachten te lezen

    hoe een diep water een weg werd

    tot de zee zich weer sloot

     

    dat afstand je steeds dichterbij bracht

    schrijf ik achter het traliewerk van de tijd

    kan ik je gelaat zien; helder, betekenisvol

    als een icoon

     

    want verlangen is een ontembaar dier

    dat me liet geloven terwijl ik niet wist

    me droeg in overmoed toen ik had moeten buigen

    mijn tong brak wanneer ik geacht werd te spreken

     

    nu mijn kaarten zijn geschud

    hoe lang nog moet ik schuilen in deze verzen

    en welk gewaad zal ik nu dragen

    naakt in mijn bedoelingen

     

    ergens tussen de kieren van dromen

    drijven wolken aan ons voorbij

    wanneer de straten beginnen schudden

    ramen rinkelen in mijn laatste uur

     

    als iemand me daar kwam zoeken

    zouden ze me vinden

    voor altijd in jouw armen rustend

    een vreemdeling met een gerust gemoed

     

     

  • Anno 2016 (voornemen)

    onder onze winterhuid knaagt een stilte

    een zwart water dat buiten zijn oevers treedt

     

    in dat krakend gebinte galmt een klok

    een geluid als een kreet die snakt naar een oor

     

    op de tafel schilder ik een boeket bloemen

    laat jouw afwezigheid in mij bloeien

     

    je kan een leven wachten op een teken, een signaal

    laat ons helder zijn, op onze hoede

     

    wie wijst ons een deur uit het denken

    hoe ontsnappen aan het knagen van de tijd

     

    zovele vragen, conclusies die groeien in het donker,

    laat me jouw geheimschrift ontcijferen

     

    en volstonden de antwoorden die mij vonden?

    geef me de kracht, zonder verbloemen, te spreken in verzen

     

    alles op te geven, herbeginnen, te vallen op mijn knieën

    elk gedicht opnieuw te schrijven, in dankbaarheid

     

    zal de poëzie dan nog onthouden, is ze zonder herinnering

    de nachten naakt als een kind veel te oud voor zijn jaren

     

    voel ik me thuis in het waaien van de wind, een ruis

    een rumoer dat alle leven overstemt

     

    dan ontwaakt uit zijn winterslaap, een mens opzoek naar

    gezelschap, een uitgestoken hand, een pen te dienste

     

    laat me dan het woord vinden dat ons zwijgen breekt

    dat zegt; dit is van ons, hier beginnen wij