ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • _

    liefde maakt stinkende wonden

    als een meedogenloos projectiel

    boort het zich een weg in ons

    meest weke ventiel

     

    deze dagen zijn een bloeden

    een druppelen op papier

    dierbaren ben ik vergeten

    mijn kat, mijn gordeldier

     

    nu jaag ik op schimmen

    verzin verhalen van beminnen

    mijn pen schiet met scherp

    de vogels uit het zwerk

     

    mijn timide wezen wil zich bekeren

    had ik maar meer gegeven

    dan een lach van bleke tanden

    het gereutel van mijn ingewanden

     

     

  • _

    ik heb ons gedroomd

    op een desolaat uur

    als een gewond dier op de vlucht

    voor een naderend vuur

     

    ik heb je een buidel geweven

    om te bewaren

    op naargeestige dagen

    als noordenwinden plagen

     

    als je gaat woelen

    kan ik je adem voelen

    tel het kloppen van een hart

    val in de diepte van je ziel

     

    in deze gekooide dagen

    laat ik mijn geluk schragen

    het meest pluizige dons

    je vacht van hermelijn

     

     

  • _

    deze avond heb ik alle tijd om

    niet te genezen

    drijven op de deining van een

    ander leven

     

    ergens ging de aarde beven

    de scheuren in de muren

    reikten verder dan de buren

     

    een onzichtbaar kluwen

    knoopt nu mijn tong

    legt mijn dagen in een plooi

     

    in manieren van begeren

    sijpelt het bloed

    slaap ik in oude kleren

     

     

  • _

    nu ik je gewaad moet afleggen

    je zit me nog steeds te ruim

    jouw armen, benen, je lichaam

    een heimelijk labyrint waar ik

    de uitgang niet kan vinden

     

    op een trein die vertrekt elke nacht

    op het einde van elke straat

    achter elke hoek

    schreeuwt een herinnering in mijn gezicht

    dwingend gelijk een plicht

     

    schudden me wakker uit een slaap

    zie ik mezelf springen in een

    warm, zwart water

    balanceren op één been

    met voeten van steen

     

    laat me nog even

    laat de zinnen strelen

    tot woorden begeven

    scherp ik mijn pen tot een wapen

    een teder schampschot

     

    want we zijn beiden ziek

    ik van jou en jij van mij

    zoeken we een medicijn

    tegen de voortschrijdende pijn

    in tekens en taal

  • _

    intussen regeert de herfst

    zijn gestommel in windvlagen

    regenbuien zwanger van ergernis

    groeit een nest in het donker

     

    en jouw liefde; languit in de laatste zon

    krimpt in de vroege avond

    rust stilzwijgend op

    de deining in je hoofd

     

    kwam snerpend tot stilstand

    wielen die denderen over dit lijf

    rijpt een bittere smaak in onze mond

    geduld dat zwelt in het ochtendgloren

     

    dat we onze vrijheid moeten dragen

    als een verwilderd dier dat geen meester kent

    kraakt een oude gebinte van verlangen

    slopen we muren steen voor steen

  • _

    heer als gij bestaat

    vergeef deze onverlaat

    zijn troosteloos geblaat

    is geen stuiver waard

     

    zinnen als bezweringen

    formules tot beminnen

    nooit kon hij innen

    de winsten van zijn gemis

     

    ergens kreupel in een nis

    wordt zijn silhouet een beeld

    van lachwekkende treurnis

    schrijft met handen vol steen

     

    verschijnt een nimf aan het firmament

    met vleugels van perkament

    wat hij nooit kon zeggen

    rust als een steen in zijn bed