ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • _

    Ik wacht in de nacht op mirakels

    de gezangen van een hemels koor

    ruist een nieuw seizoen aan mijn oor

     

    kom ik niet verder dan een dof gereutel

    geneuzel op papier

    ergens ver weg van hier

     

    voorbij de muren van het gedicht

    straalt een aangezicht

    seint een bericht

     

    intact

    onaangeroerd

    pompt het bloed

     

    kiemt het zaad ooit tot vrucht

    in bedorven lucht

    versteent een mens tot klucht

     

     

  • _

    En zo gaan we verder

    midden het oproer van de dag

    de desolate uren van de nacht

     

    de pas iets langzamer

    het hoofd dieper tussen de schouders

    adem die knelt in je keel

     

    langs een weg die zich niet laat kennen

    door zoveel straten gedwaald

    zoveel trappen afgedaald

    al die muren beklommen

     

    je droeg me meer dan mijn

    benen wisten

    deze radeloze handen

    zag ik de wereld door jouw ogen

     

    was er kleur in kleurloze dagen

    hoop voor een hopeloze ziel

    uitkijken naar wat stond te gebeuren

    dat nooit gebeurde

     

    maar ergens blijft het laaien

    dat mij verteert, langzaam consumeert

    dat geen lessen wil trekken

    ons teder, dwaas menselijk gebrek

     

     

  • _

    Ik heb geloof ik, je schoonheid

    nooit bezongen

    taal is goedkoop; jouw beeltenis

    resoneert niet in verzen

     

    Ik heb je ontleed tussen punten

    en komma's

    maar wat ik overhield kon ik

    nooit begrijpen

     

    Genadeloos leg je gebreken bloot

    dan is het schrikken als je moet hinken

    spreken in wartaal

     

    Nu ik smeul in je as weet ik dat ik leef

    je maakt van mij een ander, iemand die

    ik nog niet ken, iemand hulpeloos

     

     

  • _

    jouw wereld is een raadsel

    kijken door het raam mag

    maar binnen kan ik niet

     

    haar wereld is omgeven door een muur

    ik mag wrikken aan de stenen

    maar verder kom ik niet

     

    nu leg ik mezelf languit als een brug

    strek mijn armen in het ijle

    tast naar believen in het duister

     

    (want de wereld is een eiland

    alle spiegels stukgeslagen

    dromen we van een overkant)

     

    ik zal spreken, zwemmen

    verdrinken en weer opstaan

    schuilen als een zwerver in haar armen

     

     

     

  • _

    Er komt een tijd

    dat er geen tijd meer is

    voor gebroken harten

    het dialect van de ziel

    blijft onverstaanbaar

     

    Er komt een tijd

    dat er geen tijd meer is

    voor vragen naar het waarom

    als alle zinnen opdrogen

    woorden verkiezen te zwijgen

     

    Er komt een tijd

    wanneer tijd uit het raam verdwijnt

    alle klokken stilstaan

    honden stoppen met huilen

    seizoenen versmelten

     

    Er komt een tijd

    dat de tijd niet meer van ons weet

    hoe we samen woordeloos bleven

    het landschap als getuige

    geruisloos, immens voorbij het raam

     

     

     

  • _

    dat ik nog steeds om je geef

    ondanks ik nu sidder en beef

    onderhuids ben je steeds aanwezig

    een onuitwisbare kras in mijn vel

     

    de klepel die rinkelt in mijn bel

    jou vertalen in mensentaal is banaal

    schud je me wakker

    probeer ik je te vinden

     

    in een nieuw verhaal

    opzoek naar een veilige haven

    voor een vermoeide conquistador

     

    ik verloor je tussen verzen

    onder de schijnbewegingen van de liefde

    lig ik te janken in het decor