ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • Sprook

    De lach schuilt in zijn pels

    Als het vertroebeld gemoed vertrappelt

     

    Springt een clown uit het struikgewas wit van schrik

    Zijn mondhoeken wijzen in de grond

     

    Met zevenmijlslaarzen wil ik

    Struikelen, schaapjes tellen op het droge

    Rusten op een bed van pek en veren

     

    Wakker worden in het oezbeeks

    Muren van peperkoek; snoepgoed is pasmunt

    Of een  kikker kussen in de spiegel

  • Nietzsche achterna

    De mens in zijn bokaal van staal

    Zweet zijn leven uit

     

    Hangt zijn vel te drogen zonder mededogen

     

    Stank voor dank

    Zij die gluren tussen de muren

    Van de buren

     

    Zien vurige tongen in een lichtbak

    Kaduke pittelorige pietjesbak

     

    Het bestaan is een werf zonder nooduitgang

    Declameerde jan-klaas met volle blaas

     

    Overwoekerd met geschiedenis

    Verpakt in schemer, zijn lever

     

     

  • I am the walrus

    Ben je ingeslapen,

    Dichtgeslibt

    In de roep van een verkouden flamingo

     

    Ondergesneeuwd met woorden

    Bevroren in een blok van taal

    Verloren heidense graal

     

    Bemoste gebaren; het nutteloos vergaren

    Pandemie van begeren

    Het vers als remedie, twistzieke mus

     

    En wat overblijft;

    Een gillen, rillen,

    Afgetrainde billen

    Doodslag op mijn inspiratie

     

    Het gedicht als lapsus

    Een kus voor de wachelend wassende

    Welriekende welopgevoede walrus

  • Voer voor parabels

    Het vers dat vervelt

    Verschrompelt, zelden overrompelt

    Krimpt in zijn kleren

     

    De middenstand spant een koord

    Hun dialect begeeft onder het gewicht

     

    Het voetvolk danst en de bomen, bijen

    bloemen van dit gehucht lekken uit een pen

     

    De dichter staat in zijn hemd

    Schopt verzen uit hun verziekte nest

    zijn stenen tafels blijven dode letter

     

    Onzinnig zinderende zinnen zenden hun golven

    Ik heb geen oorleden om te sluiten

     

    Het woord versnelt,

    Resoneert, vergallopeert

    sopt in mijn zakken

  • Laatste wilsbeschikking

    Een beetje afstand staat je mooi

    Een glimp van een kuit

    Een plooi elastische huid

    Lippen die dampen met een ruit

     

    Schilferend tussen mijn slapen

    Versplinter doordachte bezwaren

    Om niet langer te bewaren

     

    Een lach die hamert op duimen

    Plooi de versleten gebaren, meander in  bloed

    Vergok mijn laatste restje heldenmoed

     

    In een uitroep val je uit mijn mond in duizend scherven

     

    Bespeel je longen van papier

    Leer me weken in verbleken

    Laat me lallen in vreemde talen

     

    Ken geen genade

    Blaas mijn laatste adem aan flarden