ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • Mensenzee

    Kou laat schrijven

    Woorden die tochten op papier dwalen,

    Zoeken een huis

     

    Rusten  in een schoot

    -Letters gesponnen tot een knoop-

    Wie ontwart de tong, brandt de hand

    slikt een karig maal

     

    Doof voor het woelen van gevoelen

    Een gevoel dat prikt onder vingernagels;

    In dat bloed drenkt men de pen, braakt leegte

    een taal

     

    Met voorzienigheid deel ik geen bed , het geritsel

    Van geloof. Geen moment laat zich knechten

     

    Zingeving van toevallig, angstvallig

    Uit een mensenzee een blik grijpen, begrijpen

    In een vers

  • Rijm zonder vrees

    Spannen uw tenen in hun schoenen

    Standbeeld zonder schaduw, gluurt in

    Een verte die zich niet laat kennen

     

    Als je zegt dat je voelt, voel je mij dan

    Of wat er niet is; leer je de leegte

    Vullen met doden en gewoonten

     

    We klappen enkel om te spreken

    Spreken zonder te zegggen, we zeggen

    Boer zoekt een vrouw en zwijgen in alle talen

     

    En als we wijzen, reiken we dan naar

    Vlees en bloed, tasten naar een schim

    In een korset van dagen, gevangene van een naam

     

    De distels waaien op de wind, ze zeggen:

    Raak ons niet aan, we spreken in

    Grimassen. Ze willen schuren onze naaste buren

     

    En als de stilte valt, breekt in onze schoot

    Prikken ons de scherven, jeuken onder de huid

    Bouwen bruggen van verwrongen ruggen


  • Schaamteloos trio: I

    Seint de morse van het lijf

    Een taal van tekens, blind voor

    Haar woorden

     

    Of zonder schaamte; een blik

    Is niet gemaakt om af te wenden

    Gedragen door een zacht wiegen

     

    Een schoolslag in droog water

    Zweven zonder het ijle

    Naderen zonder landingsgestel

     

    Zaait ze de kiemen

    Roei ik met de riemen die

    Ik niet heb

  • Schaamteloos trio: II

     

    Begraven tussen huidplooien,

    Waaien gelijk stof en as, knipperen

    met haar oog

     

    Scherpgesteld; leun ik in onze

    Ziekte, een nagelbijten tot bloedens

    Mijn vermaalde lijf bespeelt

     

    Een klavier van vlees, partituur van

    Van tasten

     

    het lekken van onze sporen, een geur

    van vrees,

    kluwen van haren en gebaren

     

     

  • Schaamteloos trio: III

    In ons schuilt een dier zoals we

    slapen tussen distels

     

    Het gemoed aangebrand, elk verstand

    Verkrampt en bij het ontwaken bijten

    De honden

     

    Gemis werd louter en louter nog meer

    Gemis, gepis in de wind

    Woede woelt,  kweekt gelijk de muizen

     

    We hangen stil,  klokken zonder

    Klepel: een lied klinkt schel in mijn vel

    Breekt mijn trommelvliezen

     

    De minnestreel zwelgt het rijm, leert

    Schieten zonder kruid, knielen voor een maagd