ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • (32)

     

    Staat stil in de straat

    Om de hoek

    bij de bakker

    In de schoot van de maagd

     

    Spiegelt in het raam

    Ontbrandt de kaars op de taart

    Zucht de lichten uit

    Kraakt met treden

     

    Verraadt de pols van dit gedicht

    Rekt zich in minuten

    Verzuimt in uren

    Prikt het vlezig vlies

     

    Schudden van  muren;

    Een wurggreep van wijzers

    Rubberen armen reiken

    Naar haar dromen

     

    Komt roeren in mijn hete soep;

    Niets blijft verborgen

    Hoor de dagen rinkelen in zijn zakken

    Gaat ons voorbij zonder aalmoes

  • (31)

     

     

    Staat intussen kniehoog in mijn

    Geschiedenis, nu al negen maanden

    Lang. Ons stilzwijgen heeft nog

    Steeds veel te vertellen, het

    Vruchtwater staat me aan de lippen

     

    Vraag ik nooit; kleur me je dromen

    welk kompas leest  het noorden

    Heb je kousen van glazuur. Denk ik;

    Wegen de mannen in je hand. Met

    Welke hand krabben je kriebels

     

    Blazen je lippen mijn gedacht uiteen

    En de goden laten begaan, vergapen

    Op een berg. Teveel wrakhout, rieken

    Aan haar spoor. Ingehouden, gedempt

    Dit getij laat zich niet lezen

     

    Een kat spot met de wonden van een

    seizoen. In de stallen balken de

    beesten hun leven voorbij. Woorden

    waaien ons omver. De zon hamert zijn

    insecten in het landschap