ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • (13)

     

     

    Mismaakten tonen de weg

    In hun bloedend tandvlees, spoor

    Van roos. Een festijn voor Breughel

     

    Boekhouders tellen hun breuken

    Ambtenaren belasten zichzelf

    In eerzame overmoed, klonteren van spijt

     

    De politiek tast in het kruis tot

    Blozen, breken in woede. Mijn

    Geweten fluistert met een zure smaak

     

    De verzen moet zinken in ondiep

    Water dat kinderlijk spat. Een

    Natte smoel voor een goed doel;

     

     

    Een vrome deining breekt haar water

    De dichter is een joker; een schunnige

    Profeet die jongleert tot zijn ballen breken

  • (11)

     

    Geloof, rede, emotie

    De geest zoekt zijn kooi

    Kauwt, wentelt om wat het niet verstaat

    Een dissectie; wegsnijden van mens na

     

    Mens. Zoek de pit, de bolster

    Vind een dictaat van hormonen en

    Spierspasmen. Een koningkrijk voor

    Spasten; een hijgende geruststelling

     

    Laat ons scheelzien op onszelf.

    Hoe maakt U het. Speelt U cello

    Of viool. Struikelt U met woorden

    Neem een foto, maak een portret

     

    Van wilden die stokken in hun

    Wielen. Wie wil mijn hoge noten

    Zingen met een lijf van barok

  • (9)

     

     

    Het schimmelt niet langer oude

    Wijven. Spoken die verschieten

    Van zichzelf. Vampieren dronken

    Van eigen bloed; een kortgewiekt verleden

     

    De dichter vergaapt zich in stilzwijgen,

    Verzucht in vreemde talen. Nimmer

    Het spel van fragiele motoriek. Polijst

    En rekt zijn bast van ijzer

     

    Haar slag in de gordel; zijn gestamel,

    Zijn vlucht; spierballen op papier

    Dooi achter zijn brilglazen. Zwaaien

    Ze met hun vlaggen

     

  • (8)

     

     

    Wel schat, kan ik nog bekoren

    Pluimen tellen;  creperen in mijn holen

    Vertellen van mijn wedervaren

    Ik zocht geen haven; het zwaaien aan de kade

     

    De beste stuurlui getuigen van mijn

    versneden vel, dans zonder koorden

    Hun angstzweet als ze struikelen

    Over je naam

     

    De waanzin van Beethoven, die

    Falanx van noten. Harmonie

    Onder dat plavijzel

    Hebben ze ons doodgeknepen

     

    De gedachte aan het zomeren

    Van  bladeren, licht in prisma

    Dat brandt. Een veelkleurig gebaar,

    Voorover vallen als een standbeeld

  • (7)

     

     

    Wat hier schudt, ratelt en moordt

    Versmoort niet het hart

    Het klonteren van mijn bloedgroep

    Kluwen van vergeten muren

     

    Handen die spreken van een doodslag

    Hoofd dat bonkt wat een lijf verzwijgt

    Hijgen van dode mussen

    Kwijl van manke honden

     

    In die naam ben ik een moordenaar

    Neanderthaler

    Roetsjbaan van hormonen

    Voorbij ergens in het rood

     

    De jury, de beul, het vermakelijke

    Publiek

    Kraken van een bedplank

    Schuil ik in haar duister

  • (4)

     

    Statig stervend, de moorddadige

    Gevels seinen in morse

    Ingemetseld in de specie van

    Hun maag

     

    Wat braakt de status

    Glinsterend geveins van natte daken

    Loert daar een oog in het licht van een

    Spleet, spreekt de klucht van dit boertig gehucht

     

    Mijn buren zijn gespuis meneer

    Ze willen allen burgemeester worden

    Berichten van het vet van hun buik

    Lyrisch de klank van hun beeldbuis

     

    De vastgoedmarkt spiegeld, rinkeld

    Geinige leuzen voor andermans beurzen

    Ik leef in een gat onder hun plankier

    Ik regeer de mieren, de welriekende pieren