ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • Van een dragelijke lichtheid

     

    Als mijn tong breekt kom ik je tegen

    Vind mezelf terug waar ik hem

    Had achtergelaten. Niets is nieuw,

    Alles is opgemerkt, ondergaan

    De meeuw ritst de lucht open,

    Een zon valt uit haar zakken

    Alles is nieuw, licht

    Van een dragelijke lichtheid

    Nu kan ik me dragen; oude man

    Die schommelt in zijn trage vel

    Jouw bries raast door mijn gestel

    Rede is een strijdbijl, ik kan

    Haar niet begraven

  • De wolken

     

    Hier laat de tijd zich gewillig

    Meten, knellen tussen wijzers

    Smoren door nijd,  murwen tot

    een onpeilbaar verdriet

    De seconden van de lach

    Het ogenblik van de schunnige

    Blik

    Mijn kist, gekist door een

    Luisterend oor

    Bezongen door de afwezige dichter

    Enkel de wolken laten zich niet

    Meten vandaag

    Ze glijden, verglijden

    Buigen en blazen uiteen

    Overeen. Ik sta op de rand

    Van de horizon, ik kan ze

    Haast raken. Heden zijn ze

    De contouren van een droom

  • Ode aan de dichter

     

    Bijgevoegd, bijwijlen, terstond

    Relikwie dat niet meer pompt

    Ik kan de leugen niet meer lijmen

    Rijmen op eeuwigheid

    Welig tieren van poreuze klieren

    Het verraad van de heupen, de

    Gezichten van haar poederdoos

    Is het een verlangen naar de moeder

    Schoot dat mij plaagt

    Gelaagde geplette onsteltenis

    brokkelend uit zijn nis

    De seizoensarbeid van eindeloze

    Jachtvelden; het wild pronkt, lonkt

    Om de kogel

    Hier villen de jagers hun eigen vel, schuwen

    Het kluwen van  mensenvlees, tellen

    de gaten in hun voeten

    Als het is van moeten knabbelen we

    Selder of prei

    Die naverstaarderij is een lastig verteren

    Hun vermenigvuldigen is nietsontziend

  • Zomaar een gedachte

     

    Als eenzaamheid

    Klautert, wiegt, sluipt

    Langs sluipwegen van

    Muren in stilstaande uren

    Benoemt wie we zijn

    In het naakt van een schelp

    Welk getoeter klinkt daar zo

    Schel; de misthoorn, kinkhoorn

    Het ruisen van zee, bloed, leugen

    of maagd

    Wat knaagt, vervaagt of

    Herleeft

    Verzwegen of vernoemt

    Een kaakslag van tijd

    Het  negligé van het geweten

    Doorschijnend, tastbaar

    Vrijerij  die nooit overgaat

    Haar verraad tot de dageraad