ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

  • Rood van Rothko

     

    Ik denk dat ze krimpt in haar vel,

    Niet meer vervelt

    Vergeelt met tanden, dat het vlees

    Loskomt van haar canvas

     

    Ik heb haar geschilderd; een andere

    Vaas, kamer, lente

    Toen haar bloeien bloedde in mijn

    Ogen

     

    Ik hou nog vlakken en scharkeringen

    Van hetzelfde; in het rood druppelt ze

    Zonder wonden

    Zou ze nog lachen, zeg me

     

    Ik heb haar nooit willen vermoorden

    Met details

    Ze schilfert verder in mijn kop, haar museum

    Ik heb nog al mijn oren om te krabben

     

  • Schilderij

     

    Borrelt in de ingewanden

    Schuimbeken van het zwijgen

    Zeggen, herzeggen en ontzeggen

     

    Een lijf spreekt nog in

    Schokschouderen en verpinken

    Een standbeeld van Rodin

     

    Denken aan wat we zijn vergeten

    Wortel schieten in die sokkel

    Verplanten is een levenskunst

     

    Op het rode plein, een muur in

    China. Door een nieuwe bril;

    Steeds hetzelfde stilleven

     

    Hoeve’s waterpas en scheve mensen

    Spreken door de wasdraden;

    Eindeloze hectaren vuile was

     

    Een kind dat valt over zijn adem;

    Een rode koersfiets

  • Ballade

     

    De verspreking; moeder van de taal

    Ze zwijgt me dood

    De watten in mijn mond; ik versta

    Mezelf niet meer

     

    Krijg niet meer over de lippen; mijn

    Lange tanden zitten in de weg

    Snot dat ik inslik

    Ik moet niezen als ik haar zie

     

    Mocht ik even niet opletten, verstand

    Dat knopen legt, zich vastbindt

    Wil ik nog eens rangschikken op een rij:

    Vergeefse woorden, kunstmatige vrijerij

     

    Heimelijk bonken op een sprei dat dode

    Kinderen baart

    Ik begraaf ze niet meer

    Ze willen spoken in de ether

     

  • When I'm 64

     

    Draai mijn radio maar uit

    Ik ben met pensioen, wil, ga

    Denk aan mijn pensioen, wankel  tussen

    De lijnen. Een zorgelijk dementeren op rijm

     

    Mijn lijf weet niet van bedaren

    Bronstige baren bevaren

    Lek slaan in de gedachte.

    Baantjes trekken en water slikken

     

    Mijn hoofd lijmt aan dit bureau

    Hotsen en klotsen in mijn beschrijf

    Laat me toch botsen met een wijf

    Mijn lier aan de wilgen

     

    Krassen met stompe punten