ga(‘set’, ‘&uid’, {{USER_ID}}); // De gebruikers-ID instellen op basis van de ingelogde user_id.

Ergens halverwege; een blog van Jo De Vuyst

  • another lovesong

    want jij bent de horizon

    de meest heldere ster aan de hemel

    mijn aangezicht voorgoed geschonden

    woon ik in de nacht, lik mijn wonden



    en als het hart dan moe is om te zwerven

    zijn onzichtbare web heeft geweven

    de schrik als ik me op een onzeker pad moet begeven

    want zovelen heben jou verteld hoe mooi je bent



    maar weten zij van de hals van Nefertiti en haar rode lippen

    de taal van haar blik die geen vrouw ooit leerde spreken

    de kracht van een glimlach die grondvesten doet beven

    en dat jij dit alles bent en veel meer



    deze machteloze troon waarvan elke man moet regeren

    eindeloos herboren in zijn verleden

    zoek ik naar de zinnen die mijn tong is vergeten

    immer getuige, veroordeeld bij verstek en verzwegen



    weet dat in de lijnen van elke hand staat te lezen

    dat liefde een vloed is die de sterkste dijken kan breken

    en nu hebben we geen huis meer om te schuilen

    zijn we niet langer bang voor de regen

     



     

  • constructie van een illusie (II)

    te diep in jouw spiegelbeeld gekeken

    was ik mijn naam haast vergeten

    een bevroren hand die me heeft aangeraakt

    ben ik uit die verdoving ontwaakt

     

    laat me nu de vele gezichten van liefde vergeten

    de blikken van lust, het heimelijk gekonkelfoes

    de deuren die voorgoed gesloten blijven

    geen overwinning noch verlies, geen ondraaglijk lijden

     

    slechts een stilstand; hetzelfde bed, die zelfde zetel

    een uitzicht zoals vroeger, omgeven door een nevel

    en als de rook om je hoofd is verdwenen, met wat geluk

    vind je alles terug als voorheen, bevrijd van een juk

     

    heb je dan ooit echt bestaan vraag ik me af

    was je slechts een constructie, een toekomstig graf

    iets wat ik met eigen handen wou graven

    om rust te vinden, om die strijdbijl te begraven

     

     

  • constructie van een illusie

    een open wonde die wacht om bloeden

    een zwaar hoofd dat verlangt naar slaap

    kraakt dit lichaam in al zijn voegen

     

    drenkelingen in een veel te diep water

    in een onzichtbaar web gevangen

    worden we door een nijpende kou bevangen

     

    wacht de nacht met duizend ogen

    schreeuwt uit duizend monden

    onder dit gekrakeel, geblaf van honden

     

    hebben we onomwonden gevonden

    in weerwil van alle logica, langzaam ontsproten

    gestaag gegroeid; ons onschuldig gezicht geschonden

     

    uit onze verdoving bruusk ontwakend

    dwalend in het doolhof van ons gemoed

    schieten we steeds onverbiddelijk in eigen voet

     

     

  • zo dichtbij te zijn geweest

    zo dichtbij te zijn geweest

    je vingertoppen konden haast raken

    een gestreken vlag

    begint dit schip water te maken

     

    gaan we dan naar de haaien

    zullen aaseters aan onze botten knagen

    een feestmaal, een gedekte tafel en de gast

    vergat op te dagen

     

    dat het niets is hoor ik iemand fluisteren

    waarom dan blaten als een schaap

    spant dit vel in onbehagen

    moeten we schuilen, de regen laten overwaaien

     

    nog dit laatste gevecht, een verzuchten

    alvorens dit geslagen lichaam wil berusten

    een vuur om je oude kleren te laten branden

    ons vonnis; een eeuwig knarsetanden

     

    zo dichtbij te zijn geweest

    heeft de realiteit ons verweesd

    met scherpe tanden in de staart gebeten

    rest ons niets anders dan zomaar te vergeten

     

  • amor mundi (III)

    gaat de rede methodisch haar gang

    maar naast wetten en cijfers

    heeft het hart ook een richting nodig

    nood aan een ziel, een zelfbewustzijn

    en dat dwingt me jou nabij te zijn

     

    niet meer dan hormonen die aan

    onze botten knagen

    maar waarom ik dan gedichten schrijf

    zich een beeld ontspint van jou in mij

    heeft nog geen exacte wetenschap kunnen verklaren

     

    de voorstelling in mijn hoofd, de wereld

    als theater, de woorden die zich aanbieden

    een komen en gaan van schaduwen op de muren

    en in die eenzame treiterende uren

    ben jij dan het residu, mijn vleesgeworden schrik

     

    want ik keer in mijn vel als de getijden

    zweet van angst, verdrink haast in mijn woede

    immer twijfelend en overwegend in een hoek

    leest dit leven zich steeds meer als een open boek

    onbeholpen laat ik mijn gedachten door jullie bevolken

     

     

  • aan wie ik nog moet

    leer me, toon me

    want houden van is ook verliezen

    de schrik die schuilt in mijn kiezen

     

    worden we elkaars spiegelbeeld; woordeloos, verdoofd

    leer me te morsen met dit leven naar believen en als ik

    vlekken maak, aanhoor mijn gezaag, incasseer mijn grieven

     

    want jij bent mijn helderste sterrenbeeld

    een reddingsboei op een schuimende zee

    mijn geschaafde gezicht, mijn pijn voor twee

     

    het taaiste brood dat ik moet breken

    een afgodsbeeld dat me devoot laat knielen

    laat me je gewillige muren bestormen, je burcht vernielen

     

    een geweldenaar in gedachten met de pen in de hand

    gehuld in mooie woorden wil ik je tegenstand versmachten

    je lichaam bevrijden, jouw heilige grond ontwijden

     

    mocht ik desondanks wortel schieten in gepeins

    mezelf verliezen in tweedehandse retoriek

    ontzie mijn bleke verzen, mijn gejammer dan niet

    geef mijn gemoed de sporen, toon me je linkertiet

     

     

  • amor mundi (II)

    wanneer worden we wakker uit deze slaap

    wie zegt ons wat te doen, want we weten

    het draait al lang niet meer om de poen

     

    er was onschuld in vrijheid, niets dat echt hoefde

    we liepen het ene jaar in en het andere weer uit

    de soundtrack bij onze woorden knalde honderduit

     

    niemand vroeg om vergiffenis, er was altijd wel iets

    beter om doen, dromen hadden we in overvloed

    met de ogen dicht liepen we onze eigen horizont tegemoet

     

    wie verwelkomt nu nog de seizoenen, als ook de slang

    moet vervellen van huid, het gif dat sloop in onze

    daden en niemand die nog gelooft in een nieuw geluid

     

    want een beetje magie kunnen we best gebruiken

    een overgave, zoiets als een tijdelijk bestand

    als mijn kanonnen zwijgen en jouw liefde haalt de bovenhand

     

    en jij, die ginder leeft en slaapt in verre kamers

    kunnen deze woorden je ooit raken, versta je mijn lied

    want dit zwijgen heb ik nooit gewild, ik die alles achterliet